Chilatherina bulolo

Whitley, 1938

 


Chilatherina bulolo - © Foto: Gunther Schmida

 

Soortbeschrijving

Chilatherina bulolo hebben een algehele zilverachtige lichaamskleur met een zwarte veeg op de boven- en onderrand van de staartvin. De soort lijkt sterk op Chilatherina crassispinoza, maar heeft een bredere, stompere kop, groter oog en kortere eerste rugvin. Ook neigt deze soort aanvankelijk slanker te zijn, maar de breedte neemt toe met het ouder worden. Mannen zijn doorgaans flink groter en breder van bouw dan de vrouwen. Mannen kunnen een maximum maat van 10cm halen, maar vrouwen zijn doorgaans minder dan 8cm. Het zijn hoofdzakelijk carnivoren, zich voedend met een breed scala aan land- en waterinsecten, insectlarven en kleine water schaaldieren en kreeftachtigen. Algen en in het water gekomen stuifmeel en pollen worden ook gegeten. De maaginhoud van wildvang exemplaren toont een dieet van kleine insecten, voornamelijk mieren, en algen die van de rotsen worden geschraapt.

 

Verspreiding en leefgebied

Chilatherina bulolo is tot nu toe alleen bekend van een paar verspreide locaties in de Markham en Ramu rivieren van noordoostelijk Papua-Nieuw-Guinea. Ze zijn verzameld vanuit de Erap, Snake, Bulolo en Whege River. Ze worden hoofdzakelijk aangetroffen in bergstromen met snelle stromingen grove grindbodems, in watertemperaturen tussen 24 en 28 graden Celsius en een pH van 7,5 tot 8,5.

 

Opmerkingen

Levende exemplaren werden verzameld in 1978 en overgebracht naar Australië, maar hebben zich niet als soort weten te vestigen in de hobby.

 

Literatuur

- Allen, G.R. (1983). Chilatherina bulolo a valid species of rainbowfish (Melanotaeniidae) from northern New Guinea. Fishes of Sahul 1(2): 13-17.

 

- Allen, G.R. (1991). Field guide to the freshwater fishes of New Guinea. Christensen Research Institute, Madang, Papua New Guinea.

- Whitley, G. P. (1938). Descriptions of some New Guinea fishes. Records of the Australian Museum 20(3): 223-233.

 

Bron: Home of the Rainbowfish
Auteur: Adrian R. Tappin
Vertaling: Jan Altink